| Er worden jaarlijks ca. 8000 late prematuren (kinderen die 4-8 weken te vroeg zijn geboren) in ons land geboren. Algemeen wordt aangenomen dat late prematuren, i.t.t. vroege prematuren (>8 weken te vroeg), geen verhoogd risico op een ontwikkelingsachterstand hebben. De weinige kleine studies met late prematuren lijken dit echter tegen te spreken. Ze rapporteren problemen met motoriek en sociale vaardigheden op peuter- en kleuterleeftijd en visuomotorische, concentratie-, geheugen-, taal- en schoolproblemen op schoolleeftijd. Dit grootschalige onderzoek bij late prematuren beoogt de aard, de ernst, en het voorkomen van problemen met de hersenontwikkeling op schoolleeftijd vast te leggen. Deze kennis vormt de basis voor later onderzoek naar eventuele hersenafwijkingen die wellicht veroorzaker kunnen zijn van deze problemen. Ook biedt het aanknopingspunten om de zorg voor, tijdens, en vlak na de geboorte te verbeteren, ontwikkelingsneurologische problemen in de hersenontwikkeling eerder op te kunnen sporen, en geeft het mogelijkheden voor gerichte vroege maatregelen. |