KNAW

Research

Drug surveillance in the IC-department

Pagina-navigatie:
Title Drug surveillance in the IC-department
Period 09 / 2005 - unknown
Status Current
Data Supplier: ZonMw

Abstract (NL)

Achtergrond en doelstelling. De medicamenteuze behandeling van patiënten op een afdeling intensive care (IC) kenmerkt zich onder andere door polyfarmacie, een hoge mutatiegraad van medicatieopdrachten en een vaak niet orale toedieningswijze van geneesmiddelen. Hierdoor is een IC bij uitstek een risicogebied voor het optreden van medicatiefouten. Door de dynamiek in en de complexiteit van het ziekteverloop van de patient en de bijbehorende aanpassingen in de behandeling is het echter niet eenvoudig om de kwaliteit van de farmacotherapie op een passende wijze te bewaken. Op de IC kan medicatiebewaking derhalve niet op een zelfde geautomatiseerde wijze plaatsvinden als op de andere klinische afdelingen het geval is. De doelstelling van dit onderzoek is het bepalen van de incidentie en relevantie van de wijzigingen in medicatievoorschriften op een IC als gevolg van dagelijkse medicatiebewaking door een ziekenhuisapotheker. De gespecialiseerde kennis en vaardigheden die nodig zijn een ernstig zieke patient te behandelen behoeft een multidisciplinaire team benadering. In toenemende mate wordt een beroep gedaan op de ziekenhuisapotheker om deel van dit team uit te gaan maken. Het snel wisselende en complexe ziektebeeld van de patient met vele aanpassingen in de medicamenteuze behandeling van patienten op een IC afdeling maakt het bij uitstek een risicogebied voor het optreden van medicatiefouten. Medicatiebewaking is moeilijk en kan het niet op een zelfde geautomatiseerde wijze plaatsvinden als op de andere klinische afdelingen. Eerder onderzoek heeft laten zien dat de inzet van een apotheker op de IC kan leiden tot een reductie in IC ligduur en het aantal medicatiefouten kan beperken (1-6). Deze studies zijn echter voornamelijk uitgevoerd op Amerikaanse ICs waar de organisatiestructuur duidelijk afwijkt van de situatie zoals wij die in Nederland kennen. Voornoemde publicaties hebben er dan vooralsnog ook niet toe geleid dat er in Nederland door ziekenhuisapothekers gestructureerde en continue geïntegreerde medicatiebewaking op de ICs plaatsvindt. Deze behoefte is er echter wel. Op sommige ICs vindt een bijdrage aan de farmacotherapie door de ziekenhuisapothekers plaats door het participeren in een patiëntenbespreking. Dergelijke besprekingen, zoals die ook dagelijks in het AMC plaatsvinden, zijn echter veelal primair gericht op overdracht van medische informatie en lenen zich niet om medicatiebewaking in volle omvang (signalering, weging en interventie) te laten plaats vinden. Tevens zijn vaak niet alle gegevens die voor medicatiebewaking nodig zijn tijdens een dergelijk bijeenkomst voorhanden. De doelstelling van dit onderzoeksproject is het bepalen van de incidentie van wijzigingen in medicatievoorschriften op een IC als gevolg van dagelijkse medicatiebewaking door een ziekenhuisapotheker. Daarnaast worden de aan het licht gekomen voorschrijffouten die tot wijzigingen in de medicatieopdracht aanleiding hebben gegeven gerubriceerd naar de ernst van de voorschrijffout. De verbeteringen in patiëntveiligheid dienen vervolgens te worden afgezet tegen de tijdsbesteding van de ziekenhuisapotheker. Meer dan de helft van het jaarlijks aantal FONA meldingen op de IC in het AMC betreft medicatiefouten. Een groot deel van de medicatiefouten die gemaakt wordenop een IC betreft voorschrijffouten (1-3,7,8). Daarnaast zijn de voorschrijvers op de intensive care mogelijk niet altijd volledig op de hoogte van interacties tussen en bijwerkingen van geneesmiddelen of van de vereiste doseringsaanpassingen bij lever- en nierfunctiestoornissen. Studies hebben laten zien dat door participatie van ziekenhuisapothekers aan dagelijkse IC rondes het aantal voorschrijffouten belangrijk daalde, van 6,6% naar 3,3% (9,10). Leape onderzocht de incidentie van adverse drug events op de IC (1). In zijn studie daalde het aantal events van 10,4 naar 3,5 per 1000 verpleegdagen. De activiteiten van de ziekenhuisapotheker in deze studies behelsden ondermeer het corrigeren van orders, het geven van informatie, suggereren van alternatieve medicamenten en het identificeren van geneesmiddeleninteracties. De studies die de financiele effecten van een dergelijke participatie hebben onderzocht zijn recent uiteengezet door Kane et al (2). Deze effecten zijn overwegend gunstig, al is er in het merendeel van de studies geen onderscheid gemaakt tussen directe kostenbesparingen en het voorkomen kosten in de toekomst noch zijn in deze berekeningen de kosten van de inzet door de ziekenhuisapotheek zelf in ogenschouw genomen.

Related organisations

Related people

Project leader Prof.dr. L. Lie-A-Huen
Project leader Prof.dr. M.B. Vroom

Classification

A76000 Patients care
D23340 Biopharmacology, toxicology
D24100 Nursing sciences
Update this data

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation