KNAW

Onderzoek

Het filosofische cynisme van de veelzijdige Diderot

Pagina-navigatie:
Titel Het filosofische cynisme van de veelzijdige Diderot
Looptijd 01 / 2006 - onbekend
Status Lopend
Dissertatie Ja
Leverancier gegevens: Website Onderzoekschool Literatuurwetenschap

Samenvatting

In mijn proefschrift wil ik onderzoeken in hoeverre Diderot een cynicus was. Ik ben met name geïnteresseerd in de weerspiegeling van cynisme in zijn narratieve teksten en in enkele van zijn toonaangevende essays. Hoe schrijft Diderot over zichzelf, hoe keek hij naar anderen in zijn directe omgeving en daarbuiten, wat waren zijn opvattingen over de maatschappij waarin hij leefde? Hoe keek hij naar gezaghebbers, wat voor verwachtingen koesterde hij met betrekking tot het nageslacht? Een groot deel van zijn narratieve teksten is postuum gepubliceerd. Dat betekent dat zijn tijdgenoten niet op de hoogte waren van het bestaan van een aantal van zijn fictieve werken. Het moet uit strategische overwegingen zijn geweest dat Diderot zijn meest kritische teksten stil heeft gehouden. Destijds oefenden Kerk en Staat immers op onverbiddelijke wijze hun gezag uit. De vrijheid van meningsuiting zoals wij die nu kennen, had in de achttiende eeuw slechts een utopische klank. Tijdens zijn leven kende men Diderot voornamelijk als broodschrijver, als de organisator achter het project van de Encyclopédie, weliswaar een grootschalig project, maar geen werk met een uitgesproken literaire verdienste. Diderot kende zijn klassieken, hij had zijn opleiding zowel bij de jezuïeten als bij de jansenisten genoten. Hij had grote bewondering voor Diogenes van Sinope, herhaaldelijk voert hij deze filosoof van de school voor cynici ten tonele. Diogenes was voor Diderot een inspiratiebron wanneer het nastreven van een zuivere manier van leven ter sprake kwam. Het zou interessant zijn om na te gaan in hoeverre Diderot zich daadwerkelijk heeft laten leiden door inzichten die van Diogenes en zijn leer afkomstig zijn. Allereerst wil ik het artikel Cynique uit de Encyclopédie onder de loep nemen. Dit artikel is door Diderot zelf geschreven. Daarnaast bieden teksten zoals Le rêve de d Alembert (geschreven in 1769, gepubliceerd in 1830) en het Essai sur les règnes de Claude et de Néron et sur les m urs et les écrits de Sénèque (1778) waardevolle informatie. Onder de onderzoekers die prominent onderzoek naar het cynisme hebben verricht, vinden we de namen van Jean Starobinski ( Diogène dans Le Neveu de Rameau uit : Stanford French Review, 1984, pp. 147-165); Ian Cutler (Cynicism from Diogenes to Dilbert, 2005) en Luis E. Navia (Diogenes of Sinope, The Man in the Tub, 1998). Hun bevindingen kunnen geïllustreerd worden aan de hand van voorbeelden van een cynische houding en het leiden van een losbandig leven in Diderots Le Neveu de Rameau (1761-62, 1773), Lui et Moi (1762) en Satyre 1e (1773). Het onderwerp in Les bijoux indiscrets (1748), Madame de la Carlière (1772), Sur les femmes (1772) en Supplément au voyage de Bougainville (1773) betreft naast kritiek op de vrouwelijke sekse eveneens cynische opvattingen. Dezelfde issues vinden we in La religieuse (1760) en in Diderots Correspondance, naast kritiek op het kloosterleven en op homoseksualiteit. Cynische inzichten treffen we ook aan in Le Rêve de d Alembert (1769), Jacques le fataliste (1778) en in Entretien d un philosophe avec Mme la maréchale de *** (1775). Deze werken verschaffen ons tevens inzicht in de cynische opmerkingen betreffende de destijds voorgeschreven seksuele moraal. Daarna zal ik Diderots houding bestuderen in relatie tot het heden. Contemporaine onderzoekers zoals onder anderen Peter Sloterdijk (Kritik der zynischen Vernunft, 1983) en Ross Chambers (Loiterature, Lessons in Crittercism, Learning from Dogs , 1999) hebben zich verdiept in de vraag of een cynische attitude ons bruikbaar gereedschap kan bieden voor het overleven van een maatschappij waarbinnen normen en waarden een groot deel van hun vanzelfsprekendheid hebben verloren. Op maatschappelijk gebied zijn overeenkomsten waar te nemen tussen de prérevolutionaire periode in het Frankrijk van de achttiende eeuw en onze huidige tijd. Beide zijn onzekere periodes, met onvrede onder de bevolking en een aanmerkelijke discrepantie in de levensstandaards van de diverse bevolkingsgroepen. Een groot verschil met vroeger echter is dat de moderne mens een haast grenzeloze vrijheid van meningsuiting kent. Niettemin kunnen door het wegvallen van restricties betekenisvolle waarden, die voorheen op zorgvuldige wijze en met zuinigheid geformuleerd werden, door de lukraak geciteerde en haast achteloze toepassing van vandaag hun kracht verliezen en tot clichés geraken. Wekt een cynische houding tegenwoordig nog net zoveel opschudding als dat vroeger het geval was? Zou het mogelijk zijn om uit de leefwijze van de cynici met Diogenes als boegbeeld, toegepast door Diderot, een interpretatie te zuiveren die ook nog in de 21ste eeuw toepasbaar is?

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Promotor Prof.dr. J.Th. Leerssen
Promovendus Drs. C. Stam

Classificatie

A85100 Kunst en cultuur
D36300 Romaanse taal- en letterkunde
Wijzig gegevens

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie