| Alle wetenschap is lokale wetenschap. Wetenschap pretendeert universeel geldig te zijn, maar wordt lokaal gegenereerd en vandaaruit universeel gemaakt. Hoe wetenschappelijke kennis zich ontwikkelt, wordt dus in belangrijke mate bepaald door lokale omstandigheden, door de plaatselijke wetenschappelijke cultuur, door de wijze waarop in steden, gewesten en nationale staten het wetenschappelijk bedrijf georganiseerd is en maatschappelijk waardering en ondersteuning ondervindt (of juist niet ondervindt). In dit onderzoeksprogramma wordt de wetenschappelijke cultuur in Nederland in de negentiende en twintigste eeuw bestudeerd, de periode waarin voor het eerst op nationale schaal wetenschappelijke politiek werd gevoerd en de wetenschappelijke gemeenschap voor het eerst meer nationaal dan gewestelijk was georganiseerd (bijvoorbeeld door het landelijke systeem van rijksuniversiteiten en de oprichting van het Koninklijk Instituut). Welke factoren in de Nederlandsewetenschappelijke cultuur hebben in deze periode de groei of stagnatie van de wetenschappelijke kennis bepaald? Uitgangspunt is de stelling van Mijnhardt dat in de tweede helft van de negentiende eeuw de overgang van een egalitair naar een elitair cultureel systeem in belangrijke mate verantwoordelijk is geweest voor de wetenschappelijke renaissance die Nederland rond 1900 doormaakte (de zogenaamde Tweede Gouden Eeuw) Als deze stelling juist is, zou wellicht ook het omgekeerde kunnen gelden en zou een terugkeer naar een meer egalitair cultuurmodel in de twintigste eeuw mede verantwoordelijk kunnen zijn voor de geleidelijke neergang van de wetenschap in Nederland, die er aan het eind van de eeuw toe heeft geleid dat Nederland wel een kenniseconomie pretendeert te zijn, maar het in werkelijkheid niet (meer) is. De vraag is daarbij natuurlijk of dit alleen voor Nederland geldt, of met andere woorden het geschetste mechanisme ook elders opgetreden is. Een internationaal perspectief (dat wil zeggen een gerichte vergelijking met sommige buitenlanden) lijkt in dit opzicht hoogst noodzakelijk. Op grond van deze overwegingen focust het onderzoek zich gedurende de erkenningsperiode van de school rond twee workshops en een conferentie: 2006: wetenschap en cultureel systeem in de negentiende eeuw: toetsing van de stelling van Mijnhardt. 2007: wetenschap en cultureel systeem in de twintigste eeuw: geldt de (omgekeerde) stelling ook voor de twintigste eeuw? 2008: een internationale conferentie waarin de vergelijking met het buitenland (Duitsland, Belgie, Frankrijk, de Verenigde Staten) getrokken wordt. |